Sterke botten vooral door veel bewegen

skelet rennendGoede voeding is natuurlijk nodig om fit te blijven. En veel bewegen. Het belangrijkste van deze twee lijkt toch: bewegen, als je dat tenminste niet combineert met slechte eetgewoonten. Onderzoek heeft uitgewezen dat de hele dag door een beetje actief zijn beter is dan veel stilzitten plus tweemaal in de week flink sporten. Sterke botten krijg je ook eerder door veelvuldige activiteiten te ontplooien dan door uitgekiende voeding.

Fietsen, trap op, wandelen

De hele dag door bewegen is in veel gevallen niet mogelijk. Maar je komt al een heel eind door bijvoorbeeld te fietsen naar werk, station of supermarkt, door vaker de trap te nemen in plaats van de lift of roltrap, of door even een ommetje te maken. Deze vorm van bewegen is effectiever dan zittend werk te combineren met af en toe flink sporten.

De winst van bewegen

De winst van veel bewegen gedurende de dag is groot:
1. Afvallen: je valt meer af door gewone dagelijkse activiteit dan door sporten. Misschien is dat omdat sportschoolactie vaak wordt gevolgd door compenserend eten of drinken.
2. Sterke botten: die krijg je vooral van veel bewegen en dus spieren en botten te gebruiken.
3. Fris in het hoofd wordt je ook van bijvoorbeeld een korte middagwandeling in de lunchpauze, of een stukje fietsen naar huis.

Voedingsstoffen

Goede voeding is natuurlijk ook nodig, maar dat zorgt niet automatisch voor sterke botten. Voor het opbouwen en onderhouden van botten is onder meer calcium nodig, maar dat niet alleen. Wie onvoldoende voedingsstoffen binnenkrijgt, kan nooit goede botten opbouwen. Maar de voedingsstoffen worden alleen werkelijk ingezet voor bouw en onderhoud van botten en spieren als het lichaam ook voortdurend wordt gebruikt.

Hoge botdichtheid

Dat je sterke botten vooral krijgt door veel te bewegen, leerde onder meer onderzoek naar botten van mensen die zevenduizend jaar geleden leefden. Dat waren jagers en verzamelaars die alles lopend moesten doen. Zij hadden een veel hogere botdichtheid, ontdekten onderzoekers van onder meer de Universiteit in Cambridge. Meer hierover is (engelstalig) te lezen bij PNAS.